sluit menu
  Een opmerking of fout op deze pagina?
Laat het hier weten.

Speelclub (8-10)Speelclub (8-10)

1. wie zijn ze?

2. Leefwereld

3. uitdaging: leren samen spelen 

1.  Wie zijn ze

Bij de speelclub leren de kinderen meer en meer samen te spelen.  Je kunt ze in groep laten samenwerken en ze kunnen al wat strategie aan in een spel.

Een speelclubber denkt al iets gestructureerder en concreter dan een ribbel.  In het spel krijgen regels en winnen meer betekenis.  Oneerlijkheid en onrechtvaardigheid kunnen hen erg boos maken.  Ze zijn erg nieuwsgierig, op zoek naar antwoorden op hun vele waaromvragen.  Het antwoord dat jij als leid(st)er geeft, heeft voor hen een grote waarde, maar ze nemen niet zomaar alles aan wat je hen vertelt.
Fantasie kan hen nog boeien, maar ze maken daarbij wel een duidelijk onderscheid met de realiteit.  Ze houden er bijvoorbeeld van om je uit je rol te laten vallen.  Prinses Rozelien noemen ze luidkeels ‘leidster Fien’.  Als Fien dan reageert, halen ze hun slagje thuis.  Daarom appreciëren ze ook al wat ‘realistischer’ thema’s in het spel zoals chique madammen of detectives. 

Speelclubbers worden al wat taaier.  Ze kunnen pijn of tranen verbijten om niet op te vallen in de groep.  In hun gedrag kijken ze ook al wat meer naar hoe ze overkomen in een groep.
De mondigste speelclubbers hebben hun idee over hoe een activiteit moet verlopen.  Zij bepalen wie mama en papa speelt in hun fantasiespelen, maar ze durven ook al hun mening geven over hoe het spel moet verlopen.  Je kunt hen al wat inspraak geven in je programma. 

Tips:

  • Speelclubbers kunnen zelf al ideeën geven.  Geef hen een zeg in hun programma.  Maak een ‘droommuur’ waarop ze kunnen schrijven of tekenen, of maak gebruik van de gele stoel: wie daarop zit, mag zijn of haar zegje doen.
  • Bedenk afspraken samen met je speelclubbers.  Zorg ervoor dat het er niet te veel zijn, ze moeten ze ook kunnen onthouden.  Maak hen duidelijk hoe ze gestraft zullen worden en straf onmiddellijk na de fout.  Je speelclubbers zullen je erop testen.  Ben je niet consequent, dan zullen ze je grenzen voortdurend proberen te verleggen.
  • Maak je speelclubbers niets wijs, neem hun vragen serieus.  Ze hebben geen lange antwoorden nodig, een korte uitleg volstaat. 
  • Interesseer je voor hun verhalen, ook al duurt het lang voor ze het verteld krijgen of ook al is het saai.  Speelclubbers voelen het scherp aan als je je niet kunt inleven in hun leefwereld.
  • Een speelclubber heeft een overzicht over het jaar.  Ze kunnen uitkijken naar feesten als Kerstmis, Pasen of een verjaardag.  Ook in de Chiro vinden ze het leuk om een feestje te bouwen.  Elke speelclubber kan door een concreet taakje mee vorm geven aan het feest: fruitspiesen maken, bloempotjes schilderen, slingers maken, enz.

2.  Leefwereld

Gezin

Mama en papa zijn nog altijd heel belangrijk, maar ze krijgen ook al wat meer aandacht voor hun broers en zussen.  Ze voelen zich verantwoordelijk voor hun jongere zusje of broertje in de Chiro.  Anderzijds kan het ook spanningen opleveren als ze met hun broer of zus in dezelfde groep zitten.
Naast het gezin zijn de belangrijkste figuren in hun familie de grootouders.  Daar worden ze vaak opgevangen of gaan ze vaak op bezoek.

Speelclubbers vertellen honderduit over hun thuissituatie en over alle dingen die ze meegemaakt hebben.  Over wat ze gevonden hebben terwijl ze in kasten van mama en papa rondsnuffelden, over de scheiding van hun ouders, enz.  Ze vertellen je soms heel vertrouwelijke dingen.

Op die leeftijd mogen ze vaak al eens bij een vriendje of vriendinnetje gaan slapen, en mogen ze ook gemakkelijker mee op weekend met de Chiro.  Voor wie het nog niet durfde of mocht, is dat de ideale voorbereiding op het kamp.  Bovendien leren ze twee dagen lang samen te leven en te spelen in groep.

Tips:

  • Contact met ouders is zeer belangrijk.  Zo geef je hen ook de kans om hun eventuele vragen en bezorgdheden te uiten.  Veel ouders vinden het ook leuk om betrokken te worden bij de werking van hun kinderen, door bijvoorbeeld taxi te spelen of te koken op een activiteit.
  • Ga op huisbezoek bij je speelclubbers.  Je ziet zo in welke omgeving je leden opgroeien, wat hun achtergrond is.
  • Probeer rekening te houden met de gezinssituatie van de speelclubbers.  Zorg bijvoorbeeld voor briefjes voor beide ouders als ze gescheiden zijn.  Als er kinderen maar om de twee weken naar de Chiro komen, probeer hen dan zeker goed bij de groep te betrekken.

School

De school is voor de speelclubbers een dagelijkse routine geworden.  De meesten hebben een (groepje) vriendje(s) met wie ze kunnen spelen.  Veel klasgenootjes kennen ze ook in de Chiro. 
Aan de andere kant kan er op school wat afgeplaagd worden.  Speelclubbers kunnen gemeen zijn tegen elkaar.  Heel wat kinderen voelen zich door pesterijen ongelukkig.
Vrije tijd
De speelclubbers zijn op school en ook in de Chiro niet meer de allerjongsten.  Ze vinden het fijn als je ze ook wat ‘volwassener’ behandelt.  Sommige dingen vinden ze al te kinderachtig: “Dat is voor de kleintjes”.  Samson en Gert of Mega Mindy vinden de oudste speelclubbers al te min, geef hen maar oudere idolen als Tokio Hotel.

Speelclubbers kiezen meer en meer zelf naar welke verenigingen ze gaan.  Als ze het niet leuk vinden in de Chiro, dan zullen hun ouders dat snel weten.  Ze vragen hun ouders of ze ook naar de toneelschool of turnles mogen gaan, omdat daar een vriendje van op school zit.  Ze zijn de beste ambassadeurs voor een vereniging.
Maar kiezen is niet altijd gemakkelijk, speelclubbers hebben vaak enorm veel hobby’s.  De jeugdbeweging is dan één van de vele activiteiten, waardoor leden misschien niet meer zo vaak komen. 
Kinderen hebben al gauw zoveel hobby’s dat het voor hen en hun ouders soms stresserend wordt om overal aanwezig te kunnen zijn.  Ouders hebben vaak een superdrukke agenda.  Activiteiten of weekends niet tijdig meedelen aan ouders, betekent vaak problemen in de gezinstijdsorganisatie.

Tips:

  • Vanaf de speelclubleeftijd is het belangrijk om leden te ‘binden’ aan de Chiro.  Stuur uitnodigingen voor de werking, verwelkom je leden zelf, hou de aanwezigheden bij op een groot bord met smileys of beloon hen met een cadeautje als ze er tien keer geweest zijn.  Maak van het lokaal een herkenbare plek die ze zelf mee mogen inrichten.  Zet ze in de bloemetjes wanneer het hun verjaardag was en bel eens als ze al lang niet meer geweest zijn.
  • Vraag je speelclubbers om vriendjes mee te nemen naar de Chiro.  
  • Communiceer met de ouders.  Activiteiten op andere tijdstippen of plaatsen zijn moeilijk in te plannen in hun drukke agenda.
  • Ze zijn niet meer de kleinsten, maar ook speelclubbers hebben nog nood aan structuur.  Zo weten ze goed wat ze kunnen verwachten en voelen ze zich veiliger in de groep.  Een stabiel ritme op bivak, voldoende tijd om vrij te spelen en duidelijke regels zijn belangrijk.

Vrienden

Kinderen leren tijdens de speelclubjaren samen te spelen in groep.  Voor hen is vriendschap al een meer concreet bindend begrip.  Ze spreken bijvoorbeeld al over beste vrienden.  Maar hun vriendschappen zijn nog niet erg intens.  Ruzies tussen vriendjes zijn niet diepgaand en worden sneller opgelost dan bij oudere kinderen.
Ze verkiezen vriendjes van hetzelfde geslacht en kijken enorm op naar oudere leden in de Chiro.

Bij de speelclub duiken de eerste kliekjes op.  Speelclubbers zijn echte flapuiten en durven (zonder het te beseffen) heel kwetsende dingen te zeggen in het gezicht van een andere speelclubber.  Ze begrijpen vaak niet dat ze iemand zo echt kunnen kwetsen.

Tips:

  • Denk goed na over de samenstelling van ploegjes en groepjes, zodat je vermijdt dat kliekjes een probleem worden.  Samen spelen in één groep in plaats van ploegen is vaak groepsbevorderend.
  • Reageer snel als je speelclubbers kwetsende dingen zeggen.  Neem ze apart en maak duidelijk dat woorden heel hard kunnen kwetsen.  Geef aandacht aan de gepeste en de pester.  Sommige kinderen pesten om aandacht te krijgen.  Zoek uit waar ze kalm van worden zonder dat al je aandacht opgeëist wordt.

Seksualiteit

Geniepige blikken in de douche, doktertje spelen, stoer doen in het zwembad, wc-deuren gierend opentrekken, grenzen verkennen door het gebruik van vieze woorden, enz.
Speelclubbers zijn gefascineerd door hun lijf en dat van anderen.  Ze begrijpen wat verliefdheid is, sommigen hebben zelf ook een liefje.  Ze nemen daarbij volwassenen als voorbeeld en geven handjes of knuffelen.  Kussen is vies, dat doen ze nog niet.

Ze beginnen zich ook meer af te zetten tegen de andere sekse.  Jongens zijn ‘eike’, Kato wordt geplaagd omdat ze ‘op’ Vince is.  Jongens en meisjes bekijken elkaar ook heel stereotypisch: jongens spelen voetbal, meisjes met Barbies. 

Oudere speelclubbers praten iets minder open over seksualiteit.  Begrijpelijk: dikwijls merken ze dat volwassenen relaties en seks als iets aparts benaderen of merken ze zelf al veranderingen aan hun lichaam.  Meisjes zijn ineens veel preutser: ze móéten een handdoek rond hun lijf hebben, ook al hebben ze niets om te verstoppen.

Tips:

  • Corrigeer hun foute ideeën over seks en vertel de waarheid over relaties en seksualiteit.  Het is belangrijk om hen te laten merken dat er niks mis is met leuke gevoelens zoals verliefd zijn of genot.
  • Geef als leiding het goede voorbeeld aan je speelclubbers: toon dat je als leider een kind kunt troosten en knuffelen, geef aan dat jongens mogen wenen of met poppen spelen en moedig meisjes aan om flink en dapper te zijn.  Als leidster moet je ook een tent kunnen opzetten, op je tanden bijten, en meedoen aan iets ruwere spelen.  Zo krijgen de speelclubbers gevarieerde beelden over wat jongens en meisjes moeten en mogen.
  • Slapen jongens en meisjes samen op kamp?  Kleden ze zich om in dezelfde ruimte voor het zwemmen?  Denk hier met de leidingsploeg goed over na tijdens de bivakvoorbereiding.
  • Ga signalen en vragen niet uit de weg en praat er ook over.

3.  De uitdaging: leren samen spelen

  • Bij speelclubbers wordt de klemtoon meer gelegd op sámen spelen.  Ze worden zich bewust van zichzelf en vanuit dat nieuwe ik-persoontje leren ze samen met anderen spelen en delen.  Zorg bijvoorbeeld voor spelsituaties waarin de speelclubbers samen kaartjes moeten verzamelen om een levensgroot kaartenhuis te bouwen, of een stoepkrijttekening waarvoor iedereen samenwerkt.
  • Speelclubbers beginnen vaak spontaan te spelen.  Zo kun je tot toffe activiteiten komen.  Een uitnodigend speelterrein, een op maat gemaakt speelclublokaal en/of een bepaald aanbod aan materiaal kunnen hen zo aan het spelen brengen!