1. wie zijn ze?
2. Leefwereld
3. uitdaging: leren samen spelen
Bij de speelclub leren de kinderen meer en meer samen te spelen. Je kunt ze in groep laten samenwerken en ze kunnen al wat strategie aan in een spel.
Een speelclubber denkt al iets gestructureerder en concreter dan een ribbel. In het spel krijgen regels en winnen meer betekenis. Oneerlijkheid en onrechtvaardigheid kunnen hen erg boos maken. Ze zijn erg nieuwsgierig, op zoek naar antwoorden op hun vele waaromvragen. Het antwoord dat jij als leid(st)er geeft, heeft voor hen een grote waarde, maar ze nemen niet zomaar alles aan wat je hen vertelt.
Fantasie kan hen nog boeien, maar ze maken daarbij wel een duidelijk onderscheid met de realiteit. Ze houden er bijvoorbeeld van om je uit je rol te laten vallen. Prinses Rozelien noemen ze luidkeels ‘leidster Fien’. Als Fien dan reageert, halen ze hun slagje thuis. Daarom appreciëren ze ook al wat ‘realistischer’ thema’s in het spel zoals chique madammen of detectives.
Speelclubbers worden al wat taaier. Ze kunnen pijn of tranen verbijten om niet op te vallen in de groep. In hun gedrag kijken ze ook al wat meer naar hoe ze overkomen in een groep.
De mondigste speelclubbers hebben hun idee over hoe een activiteit moet verlopen. Zij bepalen wie mama en papa speelt in hun fantasiespelen, maar ze durven ook al hun mening geven over hoe het spel moet verlopen. Je kunt hen al wat inspraak geven in je programma.
Tips:
Mama en papa zijn nog altijd heel belangrijk, maar ze krijgen ook al wat meer aandacht voor hun broers en zussen. Ze voelen zich verantwoordelijk voor hun jongere zusje of broertje in de Chiro. Anderzijds kan het ook spanningen opleveren als ze met hun broer of zus in dezelfde groep zitten.
Naast het gezin zijn de belangrijkste figuren in hun familie de grootouders. Daar worden ze vaak opgevangen of gaan ze vaak op bezoek.
Speelclubbers vertellen honderduit over hun thuissituatie en over alle dingen die ze meegemaakt hebben. Over wat ze gevonden hebben terwijl ze in kasten van mama en papa rondsnuffelden, over de scheiding van hun ouders, enz. Ze vertellen je soms heel vertrouwelijke dingen.
Op die leeftijd mogen ze vaak al eens bij een vriendje of vriendinnetje gaan slapen, en mogen ze ook gemakkelijker mee op weekend met de Chiro. Voor wie het nog niet durfde of mocht, is dat de ideale voorbereiding op het kamp. Bovendien leren ze twee dagen lang samen te leven en te spelen in groep.
Tips:
De school is voor de speelclubbers een dagelijkse routine geworden. De meesten hebben een (groepje) vriendje(s) met wie ze kunnen spelen. Veel klasgenootjes kennen ze ook in de Chiro.
Aan de andere kant kan er op school wat afgeplaagd worden. Speelclubbers kunnen gemeen zijn tegen elkaar. Heel wat kinderen voelen zich door pesterijen ongelukkig.
Vrije tijd
De speelclubbers zijn op school en ook in de Chiro niet meer de allerjongsten. Ze vinden het fijn als je ze ook wat ‘volwassener’ behandelt. Sommige dingen vinden ze al te kinderachtig: “Dat is voor de kleintjes”. Samson en Gert of Mega Mindy vinden de oudste speelclubbers al te min, geef hen maar oudere idolen als Tokio Hotel.
Speelclubbers kiezen meer en meer zelf naar welke verenigingen ze gaan. Als ze het niet leuk vinden in de Chiro, dan zullen hun ouders dat snel weten. Ze vragen hun ouders of ze ook naar de toneelschool of turnles mogen gaan, omdat daar een vriendje van op school zit. Ze zijn de beste ambassadeurs voor een vereniging.
Maar kiezen is niet altijd gemakkelijk, speelclubbers hebben vaak enorm veel hobby’s. De jeugdbeweging is dan één van de vele activiteiten, waardoor leden misschien niet meer zo vaak komen.
Kinderen hebben al gauw zoveel hobby’s dat het voor hen en hun ouders soms stresserend wordt om overal aanwezig te kunnen zijn. Ouders hebben vaak een superdrukke agenda. Activiteiten of weekends niet tijdig meedelen aan ouders, betekent vaak problemen in de gezinstijdsorganisatie.
Tips:
Kinderen leren tijdens de speelclubjaren samen te spelen in groep. Voor hen is vriendschap al een meer concreet bindend begrip. Ze spreken bijvoorbeeld al over beste vrienden. Maar hun vriendschappen zijn nog niet erg intens. Ruzies tussen vriendjes zijn niet diepgaand en worden sneller opgelost dan bij oudere kinderen.
Ze verkiezen vriendjes van hetzelfde geslacht en kijken enorm op naar oudere leden in de Chiro.
Bij de speelclub duiken de eerste kliekjes op. Speelclubbers zijn echte flapuiten en durven (zonder het te beseffen) heel kwetsende dingen te zeggen in het gezicht van een andere speelclubber. Ze begrijpen vaak niet dat ze iemand zo echt kunnen kwetsen.
Tips:
Geniepige blikken in de douche, doktertje spelen, stoer doen in het zwembad, wc-deuren gierend opentrekken, grenzen verkennen door het gebruik van vieze woorden, enz.
Speelclubbers zijn gefascineerd door hun lijf en dat van anderen. Ze begrijpen wat verliefdheid is, sommigen hebben zelf ook een liefje. Ze nemen daarbij volwassenen als voorbeeld en geven handjes of knuffelen. Kussen is vies, dat doen ze nog niet.
Ze beginnen zich ook meer af te zetten tegen de andere sekse. Jongens zijn ‘eike’, Kato wordt geplaagd omdat ze ‘op’ Vince is. Jongens en meisjes bekijken elkaar ook heel stereotypisch: jongens spelen voetbal, meisjes met Barbies.
Oudere speelclubbers praten iets minder open over seksualiteit. Begrijpelijk: dikwijls merken ze dat volwassenen relaties en seks als iets aparts benaderen of merken ze zelf al veranderingen aan hun lichaam. Meisjes zijn ineens veel preutser: ze móéten een handdoek rond hun lijf hebben, ook al hebben ze niets om te verstoppen.
Tips: