sluit menu
  Een opmerking of fout op deze pagina?
Laat het hier weten.

Vroege Vogels met de aspi's: de 4 elementenVroege Vogels met de aspi's: de 4 elementen

Vroege Vogels

Inleiding

De week voor of aan het begin van het Krakmoment speel je met je eigen aspiploeg een verdeelspel van ca. 30 min.
Materiaal: kaartjes met de begrippen, vier grote flappen, verf- of tekengerief (verschillende kleuren).
Grootte van de groep: onbeperkt

De deelnemers worden ingedeeld in vier groepjes.  Elk groepje gaat in een rij staan op een afstandje van een groot stuk papier dat ophangt.  Voor elke flap ligt een stapel kaartjes.  Die hebben allemaal dezelfde kleur.
Per groepje start één persoon met het kaartje te lezen dat bovenaan op het stapeltje voor zijn/haar flap ligt, en dan dingen te schilderen die te maken hebben met het trefwoord dat erop stond.  Op de kaartjes staan abstracte begrippen en gevoelens, dus geen dingen die zomaar figuratief weer te geven zijn.  Het gaat per stapel om begrippen die verband houden met de karaktereigenschappen die horen bij de aarde/water/vuur/lucht-indeling (zie groot spel).  De aspiranten weten dat niet op voorhand.  Zij mogen ook niet tegen elkaar zeggen wat er op hun kaartje stond.  Zo weten zij uiteindelijk alleen wat er op hun éne kaartje geschreven stond.

De begrippen

  • Vuur: levendig, spontaan, enthousiast, hevig, passioneel, extreem, heftig reageren, snel op je paard gezet, trekker, dominant, coördinator, doorzetter, babbelaar.
  • Water: emotioneel, romantisch, dromerig, snel geraakt, meevoelend, groot inlevingsvermogen, snel gekwetst, goede trooster, meelevend, makkelijk huilend, stille genieter, zich makkelijk laten gaan.
  • Aarde: standvastig, nuchter, doorzetter, kalm, rationeel, realistisch, relativerend, gesloten, eigenzinnig, evenwichtig, zelfzeker, bedachtzaam, voorzichtig.
  • Lucht: intuïtief, gelaten, ongeïnteresseerd, kalm, onverschillig, rustig, zweverig, zwijgzaam, nonchalant, dromerig, vastberaden, zelfzeker.

Maak de aspiranten erop attent dat er meerdere tekeningen op de flap komen en dat ze dus niet alle ruimte mogen innemen.
De schilder- of tekenaars worden snel afgewisseld.  Ze geven telkens hun kaartje af aan de begeleid(st)er en sluiten achteraan in de rij aan.

Als iedereen aan de beurt geweest is, laat je de aspi's kiezen welke twee tekeningen hen het meeste aanspreken.  In principe mogen ze bij de flap gaan staan die ze het tofst vinden, maar zorg dat er bij elke flap ongeveer evenveel aspi's staan.
Je hebt nu vier groepen: Vuur, Water, Aarde en Lucht.
(Je kunt de flappen ook een hele namiddag ophangen, zodat de aspi's die zin hebben, kunnen gaan tekenen of schilderen, i.p.v. hen dat in een halfuur en in vier rijen te laten doen.)

Het spel 'de 4 elementen'

De grote lijnen van het menselijke karakter komen overeen met de 4 hoofdelementen uit de natuur: Water, Vuur, Lucht en Aarde.
Ieders karakter is opgebouwd uit een mix van de 4 elementen, maar je kunt nagaan welke er overheersen.  Daarvoor moet je wat opdrachten afleggen.

De 4 groepen gaan via een doorschuifsysteem langs de posten, die telkens staan voor 1 van die 4 elementen.  Je kiest zelf hoe lang elk spel duurt, afhankelijk van hoeveel tijd je hebt.

Water
Massage: iemand gaat op de grond liggen op zijn of haar buik.  De rest van de groep neemt een groot waterdicht zeil vast aan de randen en giet er water in.  Vervolgens laten ze het zeil over de rug van degene op de grond bewegen.  De verplaatsing van het water zorgt voor een massage-effect.
Materiaal: zeil en water.

Lucht
Blinddoek iemand die gaat 'luchtwandelen'.  Langs weerskanten staat er iemand om met hun handen steun te bieden.  De geblinddoekte moet nu telkens een stap zetten, alsof hij of zij een trap opgaat. De groep moet er telkens voor zorgen dat de stap opgevangen wordt: met hun handen, door er gebukt onder te gaan staan, enz.  Zo stapt die persoon hoger en hoger. 
Dit spel kan ook gespeeld worden met behulp van bankjes die de anderen per twee in de lucht houden, en waar de geblinddoekte persoon dan (ook hoger en hoger) op kan stappen (een soort luchttrap, eigenlijk), maar daar moet je dan wel goede bankjes voor hebben, natuurlijk.
Materiaal: touwen en klimgordel.

Aarde
Mogelijke opdrachten:
- Iedereen wandelt blootsvoets door het bos om de aarde gewaar te worden.  Ondertussen kun je tienbal spelen, of tikkertje boom (zoals tikkertje verhoog).
- Bosbasket: er hangen emmers aan de bomen, die dienen als doelen.
Materiaal: bal, emmers en touwen om de emmers te bevestigen
- Modderbad (misschien best in een wei te spelen omdat daar de wortels van de bomen niet beschadigd worden).  Hierbij kun je modderworstelen e.d.
Materiaal: schop om een put te graven, zeil om in de put te leggen zodat het water in de put blijft staan, zand om bij het water te voegen.

Vuur
Een vuurtje maken met natuurmaterialen
Eerst en vooral moet je op zoek gaan naar een vlak stukje hout.  Daarin maak je een smal gleufje.  Je zoekt ook een stevig stokje waaraan je een punt maakt.  Je plaatst de punt van het stokje in de gleuf van het vlak stukje hout, en wrijft het stokje tussen de handpalmen zodat het een draaiende beweging maakt.   Na een tijdje draaien zou het plankje wat moeten beginnen smeulen en er zou een gloeiend puntje moeten verschijnen op het plankje.  Vervolgens neem je wat droog gras en je legt dat op het smeulende plankje.  Blaas nu zachtjes het vuur verder in gang.  Daarna voeg je de houtschilfers toe, en dan kun je verder met je vuur.  Je kunt er bijvoorbeeld marshmallows op roosteren...  Let wel: vuur maken in een bos, of op minder dan 100 meter ervan, is verboden!
Materiaal: een mes of een handbijl om fijne houtschilfers te maken, marshmallows.