sluit menu
  Een opmerking of fout op deze pagina?
Laat het hier weten.

Zinnige spelletjesZinnige spelletjes

Zin in een orginele stilvaller? Een toffe afsluiter? Hier vind je inspiratie...

ribbels - speelclub - rakwi's - tito's - keti's - aspi's

Ribbels

  • Boomknuffelen: we gaan met de ribbels naar het bos.  Daar gaat elke ribbel op zoek naar een boom wiens stam hij/zij volledig kan omarmen.  Als dat lukt, mag elke ribbel zijn/haar boom eens lekker knuffelen. 
    Vervolgens zetten de ribbels zich per twee.  Elk duo gaat op zoek naar een boom wiens stam ze samen, hand in hand, kunnen omarmen.  Ook die, iets dikkere, boom mogen de ribbels per twee eens lekker knuffelen. 
    In groepjes van drie of vier gaan de ribbels daarna op zoek naar echt dikke bomen die wel eens geknuffeld willen worden. 
    Tenslotte vormen alle ribbels een lange ketting door elkaar handen te geven.  We rollen de ketting op rond een boomstam en we geven de gelukkige boom en elkaar een hele dikke groepsknuffel, omdat we dikke vriendjes zijn! 
  • Tennisbalknuffelen: Ga met al je ribbels een lokaal binnen waar een doos tennisballen klaarstaat.  Iemand van de leiding gaat even met één van de ribbels naar buiten.  De andere ribbels blijven met de andere leiding in het lokaal.  Je kiest één ribbel in het lokaal, die ribbel krijgt 5 tennisballen.  De 5 tennisballen moeten ergens in/onder de kleren van de gekozen ribbel verstopt worden. 
    Roep nu de ribbel die buiten staat terug naar binnen.  De ribbel die net naar binnen geroepen is, moet nu de andere ribbels knuffelen, om zo te weten te komen welke ribbel stiekem 5 tennisballen verstopt heeft onder zijn/haar kledij.  Wissel daarna af tot elke ribbel een keer aan de beurt is geweest.   
  • Muisstil: Alle ribbels zitten in een kring en maken het muisstil. Ze moeten een belletje of klokje doorgeven zonder daarbij lawaai te maken. Eén geblinddoekte speler zit in het midden van de kring en moet proberen raden waar het belletje zich bevindt. Wanneer hij/zij dit kan raden, komt de ribbel die het belletje lawaai liet maken in het midden zitten.

Babbel achteraf
Was het moeilijk om het muisstil te maken?
Welke geluidjes hoorden jullie allemaal?
Vinden jullie het leuk om het eens stil te maken?
Op welke plaatsen is er teveel lawaai?
Zijn er plaatsen waar het altijd stil is?

 

Speelclub

  • Curieuzen-neuzen-spel

“Leider Jelle, waarom heb jij zo’n rare hoed op?”
“Leidster Mieke, wanneer komen we aan op de kampplaats?”

Waarom dit, waarom dat, wanneer dit, wanneer dat,… soms krijg je het gevoel dat je speelclubbers echt àlles moeten weten. Met het ‘curieuze-neuze-spel’ kun je de nieuwsgierigheid van je speelclubbers op de proef stellen!

Verloop
De speelclubbers staan allen naast elkaar en richten hun gezicht naar een muur. Achter hun rug doet en zegt de leiding allerlei zotte dingen waarmee ze de aandacht van de speelclubbers probeert te trekken. Hoe beter de leid(st)er zich inleeft, hoe beter het spelletje zal lukken. De speelclubbers zullen heel nieuwsgierig zijn naar wat hun leid(st)er achter hun rug uitspookt, maar ze mogen hun gezicht absoluut niet omdraaien. Van zodra een speelclubber toch piept, valt hij/zij uit. De speler die het langst volhoudt, is de winnaar.

Materiaal
Verschillende zaken waarmee je de aandacht van je speelclubbers kan trekken (een radiootje dat knotsgekke muziek afspeelt waarop je kan dansen, een hond die hard blaft, een ballon die je laat knallen, enzovoort.)

Babbel achteraf
Vond je het moeilijk om niet te piepen?
Wanneer had je het meest zin om je om te draaien?
Waarom heb je uiteindelijk toch gekeken?
Ben je altijd nieuwsgierig naar de dingen die rondom jou gebeuren?

  • De goede voornemens-bak

Je toont een bloembak met daarin potgrond. Je vraagt aan de kinderen wat ze graag zouden zaaien dit Chirojaar of ook anders gezegd: “wat wil ik dit Chirojaar zeker doen” zoals vb.:

• Vriendjes maken
• Geen ruzie met elkaar maken
• Samen leuke spelletjes spelen
• …

Verloop

Laat de speelclubbers hun wensen op een vel papier tekenen of schrijf kernwoorden op het papier. Kleef daarna de papieren op satéstokjes en laat ze die in de bloembak met potgrond prikken. Daarna giet je met een gieter wat water in de bloembak en vertel erbij dat hiermee hun wensen zullen groeien en hopelijk uitkomen.

In de loop van het jaar kan je met hen terugblikken of evalueren aan de hand van de bloembak. Je kunt de kinderen hun wensen ook opnieuw bevragen of bijsturen.
Vb.:
• Hebben we dit jaar veel vriendjes gemaakt?
• Hebben we dit jaar ruzie gemaakt. Hebben we het weer bijgelegd?
• Welke toffe spelen hebben we dit jaar gespeeld?
• …

Je kan ook echte zaadjes gebruiken, waardoor de goede voornemens echt tot leven kunnen komen.

  • De duiven en de duivenmelker

Verloop

Alle speelclubbers zijn duiven geworden! Eén van hen is de duivenmelker en probeert al z’n duiven terug naar huis te roepen. De duivenmelker en de duiven zijn geblinddoekt. De duivenmelker loopt over het terrein en roept zijn duiven “komkomkomkom…” De duiven (die verspreid over het terrein zitten)  antwoorden met “roekoe, roekoe”. Telkens de duivenmelker een duif vindt, neemt hij deze mee terwijl hij op zoek gaat naar de rest van zijn duiven.
Je kan ook duo’s maken van één duivenmelker en één duif (die dan geblinddoekt rondfladdert) Welke duif herkent als eerste de lokroep van zijn/haar melker, en vliegt er vlugst naartoe?

Babbel achteraf
Duiven vliegen altijd terug naar huis. Zijn er bijvoorbeeld mensen waar je ook altijd naar terugkeert? Of die je altijd opzoekt om te spelen, te vertellen, …

Rakwi's

  • Babbelspinnenweb 

Rakwi’s vertellen graag in het honderduit over hun belevenissen. Na een week veel te hebben beleefd op school en thuis willen ze alles vertellen. In het spel ‘babbelspinnenweb’ kunnen ze hun belevenissen met de andere rakwi’s delen. Bovendien is het ‘babbelspinnenweb’ een echt samenwerkingsspel, wat onze groene jongens en meisjes natuurlijk tof vinden!

Verloop

De rakwi’s staan in een kring en één van hen heeft een bol sjortouw vast. De speler gooit de bol naar de speler tegenover hem, maar houdt het uiteinde van het touw vast. Wanneer hij de bol naar de andere gooit, stelt hij ook altijd één vraag. De speler die de bol opvangt, antwoordt op de vraag en verzint ook een nieuwe vraag voor de volgende persoon die het touw krijgt. De leid(st)er reikt de rakwi’s een thema aan waarrond er vragen kunnen gesteld worden (thuis, school, Chirobivak, …)
Wanneer iedereen het touw stevig blijft vasthouden, wordt er uiteindelijk een spinnenweb gevormd. Vervolgens kun je een soort parachute maken door een laken op het spinnenweb te leggen. Sluit het babbelspinnenweb-spel af met enkele parachutespelletjes (eronder kruipen lukt natuurlijk wel niet)!

Materiaal

* bol sjortouw
* laken
* bal

  • Om-ter-mooiste

Verloop

Deel je rakwigroep in 2 tot 4 ploegen.  Geef daarna aan alle groepjes dezelfde opdracht.  Die opdracht begint met ‘maak een om-ter-mooiste …’.  Wat daarop volgt, is afhankelijk van je rakwigroep.  Knutselen je rakwi’s graag, dan kan je als opdracht geven ‘maak een om-ter-mooiste bloem uit papier-maché’.  Andere opdrachten zouden kunnen zijn: een om-ter-mooiste kamp, een om-ter-mooiste blokkenkasteel, een om-ter-mooiste poppenkasttoneelstuk,…  Telkens zijn het opdrachten waarvoor de rakwi’s materiaal nodig hebben.  Je zorgt er tijdens de verdeling van het materiaal voor dat je elke ploeg andere materialen geeft om hun opdracht uit te voeren.  Zo geef je bij de opdracht van de om-ter-mooiste bloem uit papier-maché bijvoorbeeld slechts 2 kleuren papier-maché per ploeg, op zo’n manier dat elke ploeg kleuren heeft die geen andere ploeg heeft.  Bij de opdracht van het poppenkasttoneelstuk geef je elke ploeg maar 2 of drie poppenkastpoppen. 

Bijna zeker dat je rakwi’s in hun groepjes aan de slag gaan en het spel erg competitief gaan opvatten.  Hoogst waarschijnlijk gaan ze ook klagen over het materiaal dat de anderen hebben en zij niet.  Je kan die opmerkingen best negeren. 

Na een tijdje stop je het spel en ga je kijken wie volgens jou de ‘om-ter-mooiste-opdracht’ gewonnen heeft.  Na even met de leiding te overleggen kom je tot de conclusie dat ze allemaal al wel mooie dingen gemaakt hebben, maar dat er nog niemand een om-ter-mooiste gemaakt heeft.  Misschien kan het immers nog mooier, als iedereen samenwerkt en alle materialen combineert, dan wordt het eindresultaat nóg veel mooier.  En dan heeft iedereen gewonnen met de ‘om-ter-mooiste-opdracht’.

  • Vertelverstoppertje

Eén rakwi gaat zich verstoppen op het afgebakende terrein. Nadat we samen tot 50 geteld hebben, mogen we met z’n allen gaan zoeken achter de verstopper. Wie hem gevonden heeft, blijft stilletjes bij de verstopper zitten tot iedereen de verstopper gevonden heeft. Wie als laatste de verstopper vindt, mag zich op zijn beurt gaan verstoppen.

Wie zich gaat verstoppen, gaat zich niet zomaar verstoppen. De rakwi kiest een plekje uit dat te maken heeft met één van zijn vrienden. Je kan je  bijvoorbeeld vertoppen achter het fietsenrek omdat je  beste vriend zijn fiets elke zondag daar op die plek zet als hij naar de Chiro komt. Of achter de hoek omdat iemand daar vorig jaar leidster Griet verraste met een waterballon. Kan jij snelst raden waar jouw beste vriend(in) zich zou verstoppen?

Tito's

  • Bluf-stuff

Tito’s willen vaak de stoerste of de ‘coolste’ van de groep zijn. ‘Bluf-stuff’ is een ideaal spelletje om je tito’s eens goed te laten opscheppen. Tegelijkertijd kunnen de tito’s aan elkaar tonen waarin ze goed zijn.

Verloop
De tito’s zitten in een kring. Eén speler begint te bluffen, bijvoorbeeld. ‘ik kan 3 bakstenen opheffen’ of ‘ik kan 5 titels van TMF-programma’s opsommen’. Vervolgens ga je de cirkel rond en mag elke tito opbieden. Er mag ook gepast worden. Als de kring rond is moet de speler die het hoogst geboden heeft, de opdracht uitvoeren. Slaagt hij of zij hierin, dan krijgt hij vijf punten. Indien de tito niet slaagt en zo ontmaskerd wordt, dan krijgt de persoon die het tweede hoogst geboden had drie punten. Indien je het spel met een grote groep speelt, kunnen de tito’s ook per twee bluffen. Met een kleine groep kun je ook blijven opbieden, totdat één tito overblijft die dan de opdracht moet uitvoeren.

Babbel achteraf
Moet je altijd de beste zijn?
Overschat je jezelf wel eens?
Weet je van jezelf waarin je goed of slecht bent?

  • Roddelspel

Tijdens dit spel mag je een keertje roddelen.  Je zal ook merken hoe het voelt als er over jou geroddeld wordt.  Als voorbereiding van het spel geef je elke speler schrijfgerief: een pen en 5 lege kaartjes  De spelleider stelt nu 5 vragen aan de deelnemers over zichzelf.  Voorbeelden zijn: waarvoor ben je bang; beschrijf een grote flater van jezelf; wie is je idool; wat vind je over jezelf een minder goede eigenschap; wat kan jou kwaad maken.  
Vraag aan de deelnemers om de antwoorden op de vragen op de kaartjes te schrijven: één antwoord per kaartje.  Nummer de vragen en vraag aan de deelnemers om ook de nummer van de vraag op het kaartje te schrijven.  Vraag tenslotte om op elk kaartje de naam van de speler te schrijven.  

Na afloop begint het echte spel.  Je speelt het spel op zijn best in een bos (of in duinengebied).  De beschreven kaartjes zijn tijdens het spel de spellevens.  De spelers worden in 2 tot 4 gelijke groepen verdeeld.  Elke groep gaat naar een plek in het bos waar de groep een kamp afbakent.  Alle spellevens behalve één per persoon worden in het kamp achtergelaten in aparte stapeltjes: één stapeltje per speler.  Elke speler heeft nu één leven op zak en gaat op zoek naar spelers van de andere ploeg(en).  Als twee spelers van een andere ploeg elkaar tegenkomen, dan spelen ze een kamptechniek, bijvoorbeeld blad-steen-schaar, hanengevecht, hagediskrijgertje,... De jongste speler kiest welke kamptechniek gebruikt wordt.  De winnaar van het spelletje krijgt het spelleven van de verliezer.  Op die manier komt de winnaar iets te weten over de verliezer.  Vervolgens gaan beide spelers terug naar hun kamp.  De winnaar legt een spelleven naar keuze (het zijne of het pas verkregen leven van de andere) terug op zijn stapel, de verliezer neemt een nieuw spelleven van zijn stapel.  Tijdens het spel loopt op die manier iedereen met slechts één spelleven rond, behalve de spelers die op de terugweg zijn naar hun kamp.  De spelers die naar hun kamp teruggaan doen dit met de armen in de lucht.  Zij mogen niet getikt worden. 

Na afloop van het bosspel hebben de meeste spelers spellevens van andere spelers gewonnen.  Ze hebben dus informatie over de anderen.  Die informatie wordt gebruikt tijdens het laatste deel van het spel: de roddelronde.  Alle spelers gaan in een kring zitten, één speler keert zijn/haar rug naar de kring.  Over deze persoon wordt er nu geroddeld: de personen die kaartjes van deze persoon gewonnen hebben, mogen vertellen welke ‘geheimen’ ze weten over deze persoon: zij mogen de inhoud van de gewonnen kaartjes van deze persoon vertellen.  De persoon die met de rug naar de cirkel zit, mag ondertussen geen woord zeggen: hij/zij is er zogezegd niet bij.  Zorg dat het ‘roddelen’ gaat over onschuldige dingen (dat heb je in de hand met de keuze van de vragen in het begin).  Sluit het spel af door te zeggen dat iedereen nu eens heeft mogen ervaren hoe het voelt als er over jou geroddeld wordt, en dat roddelen dus eigenlijk niet thuishoort in een hechte vriendengroep als de Chiro.   

  • Bliksemsnelle tito-vragen!

Eerst spelen we ‘doorschuifpingpong’. Daarna doen we hetzelfde, maar dan met vragen.

Doorschuifpingpong: je verdeelt de groep in 2 groepen. Beide groepen vormen aan hun kant van de pingpongtafel een lange rij. De eerste 2 personen nemen het pingpong paletje klaar om het spelletje te beginnen. Als ze tegen het balletje geslagen hebben, geven ze het paletje door aan de volgende. Als je net geslagen hebt, loop je snel naar de overkant en sluit je aan bij het rijtje.
Bij de vragen-variant begint iemand met het stellen van een vraag. Daarna loopt deze persoon zo snel mogelijk naar de overkant en sluit daar aan bij de rij. Aan de overkant antwoordt men op de gestelde vraag en loopt daarna zo snel mogelijk naar de overkant en sluit daar aan bij de rij. Zo krijg je een heen-en-weer geroep van vragen en antwoorden en een geloop van de ene overkant naar de andere.

Enkele vragen die je kan stellen: Wat is de lievelingskleur van Lien? Als je een dier zou zijn, welk dier zou jij dan graag willen zijn? Welk vak op school vind je echt niet leuk? Als je een wens mocht doen, wat wens je dan?
Van wie heb je bijvoorbeeld alle antwoorden onthouden. Lette je bij bepaalde personen harder op? Was je bij de leidster extra benieuwd naar de antwoorden? 
Het leven is niets zonder vriendschap. Van je echte goede vrienden weet je al enkele antwoorden vanbuiten omdat je deze persoon al zo goed kent. Echte goede vrienden zijn elke moment van hun vrije tijd bij elkaar en vertellen allerlei dingen tegen elkaar die niemand anders weet.

Keti's

  • Logo à gogo

De ketiperiode is een tijd van vragen stellen: over de eigen identiteit die vergeleken wordt met leeftijdsgenoten, maar ook met de ideaalbeelden die hen via de media bereiken. In het spel ‘logo à gogo’ draait alles rond logo’s. Logo’s komen voor op verschillende plaatsen: in het straatbeeld, in de reclamewereld, op televisie. Ook kledij is een belangrijk medium van logo’s. Heel vaak draagt kledij een bepaalde boodschap uit. Die boodschap moet niet steeds ‘koop mij’ zijn maar kan ook iets zeggen over de eigenheid en de eigen identiteit van diegene die de kledij ontwerpt en draagt. In ‘Logo à gogo’ mogen de keti’s bekende logo’s personaliseren.

Verloop
Geef de keti’s een hoop tijdschriften en reclamebladen om in te snuisteren. De opdracht luidt: ga op zoek naar logo’s. Laat vervolgens elke keti één bekend logo kiezen waarmee ze verder aan de slag willen. Het gekozen logo dient als vertrekpunt voor een nieuw, aangepast logo. Bedoeling is dat het logo niet meer staat voor een merk of bedrijf, maar dat de keti’s daarin de eigenheid van hun persoon verwerken. Laat de keti’s eerst een ontwerp op papier met potloden en stiften maken. Wanneer het ontwerp klaar is, kunnen de leden hun persoonlijk ontwerp aanbrengen op hun T-shirt.  Hierin zijn verschillende mogelijkheden: met sjablonen, met textielverf of –stiften, of het logo kan uit de stof geknipt worden en genaaid worden op het T-shirt.

Materiaal
Oude tijdschriften en reclamebladen
Papier en potloden
Witte T-shirts
Textielverf en –stiften
Eventueel naaigerief en stukjes stof

  • Gezellig cocoonen in de slaapzak

Iedereen, behalve één speler, kruipt in een slaapzak.  De ene speler gaat naar buiten.  Vervolgens kruipt één speler bij iemand anders in de slaapzak.  De speler die buiten staat, komt terug naar binnen en moet proberen te raden wie met z’n tweëen in een slaapzak zit.  De spelers die alleen in een slaapzak liggen, kunnen de speler die eraan is misleiden door zich ‘dik te maken’. 

  •  Mijn hart slaat sneller...

Samen gaan we op zoek gaan naar wat ons hartje sneller doet slaan. Wat doet jouw hart na vier maal de trap op en af? Reageer jouw hart het heftigst op een rug- of op een gezichtsmassage? Hoe snel kan je jouw hartslag verdubbelen, of terug halveren? Wie is de koelste kikker? En wie de meeste temperamentvolle?
Wanneer werd je ooit als eens echt emotioneel als een vriend iets voor je deed: door voor jou door het vuur te gaan, je met een  overrompelende verjaardagsattentie verrassen, jein bescherming te nemen als er iets fout liep of je dat grote geheim als eerste toe te vertouwen,…)

Aspi's

  • Zeteltocht

Aspiranten doen niets liever dan hun grenzen verleggen, zotte opdrachten uitvoeren en babbelen over koetjes en kalfjes. In de ‘Zeteltocht’ ga je samen met de aspi’s op zoek naar onnozele details of alledaagse dingen in onze omgeving.

Verloop
Alle aspi’s schrijven op een sticker een bepaalde locatie in de buurt. Vervolgens wordt één locatie gekozen en trekken de aspi’s ernaar toe. Ze nemen enkele zetels, veldbedden of kussens mee (afhankelijk van wat ze kunnen dragen). Op de locatie gaat iedereen zitten en kiest elke aspirant één voorwerp uit de omgeving uit. De bedoeling is dat de aspi’s zich inleven in dit voorwerp en daarna vragen aan elkaar stellen. Als speler A zich bijvoorbeeld inleeft in de molshoop in de berm, kunnen de andere spelers vragen stellen als ‘hoe lang lig jij hier al’, ‘doet het pijn als iemand op jou stapt?’ Het doel van deze methodiek bestaat erin dat de aspi’s even kijken naar onnozele details, zich inleven in iets of iemand anders en hier rond filosoferen. Als je aspi’s in het begin niet echt ‘zotte vragen’ durven stellen, kun je als leid(st)er zelf enkele aanzetten geven. Wanneer de aspiranten op de eerste locatie uitgebabbeld zijn, kan je naar een volgende plaats vertrekken.
 
Materiaal
Stickers en schrijfgerief
Zetels, kussens of veldbedden

  • Laat je buren niet verzuren!
    Laat je buren van eens meespelen met de Chiro. Zo leren ze je eens op een leuke manier kennen. Hieronder heb je enkele leuke spelletjes:
    • Samen op de foto: Bel aan bij twee aanpalende huizen, laat de buren een leuke poze bedenken en maak een foto van hen! De foto kan je achteraf aan de buren bezorgen.
    • Vieruurtje met de buurt: Stop enkele dagen op voorhand bij alle buren een uitnodiging voor een “buurtvieruurtje” in de bus. Om 16 uur verwelkom je alle buren en maak je er een gezelig samenzijn van. Zo kan je (als het mooi weer is) tafels buiten zetten. Je kunt pannenkoeken bakken of een soepvieruurtje maken: mogelijkheden zat!
    • Oneven tegen even: Vraag iedereen in de straat om naar buiten te komen en speel een spelletje. Je verdeeld de ploegen in de even en de oneven huisnummers en je laat ze vb. touwtrekken.
  • Een ouderwetse Aspi-je-vriendje:

Maak zelf een ken-je-vriendjesboek, met een originele pagina voor iedere aspi. Zorg dat de gegevens zeker niet door iedereen gekend zijn. Vraag aan hun ouders om die in te vullen. Geef elke aspi een leeg exemplaar van het boek. Wie als eerste alle informatie over de andere aspi’s verzamelt, wint. Zorg voor genoeg stimulansen waardoor ze er tijdens de week ook volop mee bezig blijven!
Je kan van het ouderbezoekje/-belletje ook gebruik maken om één of ander sappig verhaal te weten te komen voor een rondje ‘De 3 wijzen’ op kamp.
Voor de hechte en technisch goed uitgeruste groepen: Film iedereen van je aspiploeg (of laat hen om beurten elkaar filmen) in een compromitterende situatie (bv. Een portefeuille met veel geld in van een leider terugvinden). Gok dan bij iedereen hoe hij/zij reageerde…

Van wie kon je snelst informatie verzamelen? Waren er aspi’s bij wie je echt veel moeite moest doen om zaken te weten te komen. Via welke kanalen kwam je het meest te weten? Welke informatie verraste jou? Want, vergeet niet, ‘een vriend(in) is iemand die alles van je weet, en toch van je houdt’!