sluit menu
  Een opmerking of fout op deze pagina?
Laat het hier weten.

Banana... Go!Banana... Go!

Rakwi's

Afhankelijk van de grootte van de groep verdeel je de groep in 2 of 4 ploegen. Dat zijn Filippijnse families van bananenboeren die elk hun stukje grond gekregen hebben van het dorpshoofd. De bedoeling is hun bananenplantage zo groot mogelijk uit te bouwen. De familie die op het einde de meeste bananenplantjes heeft, is de winnaar.

Hoe kun je nu een zo groot mogelijke plantage uitbouwen?

  1. Elke familie gaat naar het dorpshoofd (= iemand van de leiding) waar ze individueel of met de hele familie een opdracht uitvoeren. Is de opdracht gelukt, dan krijgen ze een bananenplant (= een papiertje met een bananenplant op). Families kunnen elkaar ook uitdagen om een opdracht tegen elkaar doen. De familie die wint, krijgt bijvoorbeeld 3 bananenplantjes.
    Bij het begin van het spel krijgt elke familie een plattegrond van het dorp (zie tekening) met daarop de centrale waterput, de 2 (of 4) bananenvelden, wat huisjes, een winkel, enz. Alle papiertjes die de familie met opdrachten verdiend heeft, moeten op die plattegrond geplakt worden.
  2. Met bananenplantjes alleen bouw je nog geen plantage uit. Daarvoor heb je elkaar nodig, want de bananen moeten ook verzorgd, geplukt, gewassen en vervoerd worden. En dat kun je niet alleen. Zelfs een hele familie is te klein voor zoveel werk! Om het half uur wordt er gefloten. Alle families verzamelen dan om met z’n allen een opdracht uit te voeren. Door die opdrachten goed uit te voeren, kunnen ze het volgende verdienen:
  • Een gezamenlijke weg (waardoor ze hun bananen beter kunnen vervoeren)
  • Mest
  • Een waterleiding om hun bananen te besproeien en te wassen
  • Extra hulp bij het plukken van de bananen
  • Een vrachtwagen waarmee de bananen naar de stad vervoerd kunnen worden

(Dat zijn ook telkens papiertjes die op de plattegrond geplakt moeten worden.)

Individuele opdrachten

  • Bananengevecht
    Twee rakwi’s staan op één been tegenover elkaar, met hun armen gekruist. Ze proberen de andere zo te duwen zodat die zijn of haar tweede voet op de grond moet zetten. De leden zijn echter kromme bananen, let er dus op dat ze gebogen gaan staan en elkaar omduwen met hun achterwerk.
  • Krijtstreepgevecht
    Alle spelers krijgen een krijtje waarmee ze moeten proberen om het snelst een streepje op de schoen van de anderen te zetten.
  • Bananenroof
    Elke speler plakt vijf bananen op zichzelf. De spelers gaan dan zoveel mogelijk bananen roven bij de anderen en proberen ondertussen hun eigen bananen te beschermen. Degene die op het einde de meeste bananen heeft, wint.
  • Ongedierte tast de bananenplantages aan: verzamel 3 levende diertjes
  • Schrijf een bananengedichtje voor de leiding
  • Bananen pellen: trek al je kleren binnenstebuiten aan.

Samenwerkingsopdrachten

  • De gezamenlijke weg
    Heel de groep moet zich van punt A naar punt B verplaatsen zonder de grond te raken. Hiervoor krijgen ze per 4 personen twee kranten en een stoel. Als de grond geraakt wordt, moeten ze terug naar hun vertrekpunt.
  • Bananen in de vrachtwagen
    Kruip allemaal samen in één of twee wc-hokjes.
  • Waterleiding
    Alle leden staan in een rij. De eerste geeft een borrelglaasje gevuld met water door aan de volgende, die geeft het dan verder aan zijn of haar buur, enz. De laatste in de rij giet het in de emmer en brengt het glaasje weer terug. De groep moet binnen de tien minuten een emmer water gevuld krijgen
  • Plukkers moeten elkaar goed kennen
    Per deelnemer is er een stoel. Alle stoelen staan naast elkaar op één lijn. De deelnemers moeten nu op alfabetische volgorde gaan staan per naam, achternaam, woonplaats, enz.
  • Mest
    Op het terrein liggen allemaal voorwerpen verstopt. Die moeten binnen een bepaalde tijdspanne verzameld worden.

Op het einde van het spel wordt iedereen samengeroepen op de dorpsvergadering. Daar wacht het dorpshoofd de families op. Na een korte speech vertelt hij of zij wie de winnaar is. Die krijgt een tros bananen, een bananasplit, gebakken banaantjes of een lekker glas bananenmilkshake.

Speelclubbers

De speelclubbers zijn één grote familie bananenboeren. Het is het oogstseizoen en alle bananen moeten geplukt worden. Als dat niet op tijd gebeurd is, verdienen ze geen geld. Dat is erg jammer, want ze hebben al het geld nodig om nieuwe bananenplantjes te kopen zodat er het volgend jaar weer een nieuwe oogst is! Daarom moeten ze ervoor zorgen dat er bijvoorbeeld 1000 kilo bananen geplukt worden. De hele groep krijgt opdrachten die ze tot een goed einde moeten brengen. Daarvoor moeten de speelclubbers samenwerken. Wanneer ze in de opdracht slagen, krijgen ze een bepaald aantal kilo bananen. Je kunt na elke opdracht ook enkele ingrediënten geven waarmee we op het einde van het spel samen bananenmilkshake, fruitsla of bananasplit maken.

De opdrachten of spelen

  • Bananen plukken. Aan het plafond van het lokaal hangt een banaan (hoog genoeg zodat de speelclubbers er niet zomaar aan kunnen). Persoon A wordt geblinddoekt. Daarna zet hij of zij een stap in de lucht. Persoon B gaat op zijn of haar buik liggen, onder de voet van A. A zet van hieruit weer een andere stap in de lucht. Persoon C gaat op handen en knieën zitten zodat A weer een stapje verder kan, enzovoort. Opgelet: A mag de grond niet raken. Zo klimt hij of zij naar boven tot de banaan binnen handbereik is. Daarna komt hij of zij op dezelfde manier weer naar beneden.
    Er zijn ook twee of meer speelclubbers die A vasthouden zodat die niet valt.
  • Bananen transporteren. De groep staat in een cirkel. Iemand krijgt een bal (= banaan) en steekt die tussen zijn/haar kin en borstkas. Degene ernaast neemt de bal over door die tussen zijn/haar kin en borstkas te klemmen en geeft hem zelf weer door aan de volgende.
  • Bananen in de bananenboom. De groep staat in een cirkel en haakt met de armen in elkaar. Speelclubber Veerle trekt haar benen in zodat ze boven de grond hangt. Haar buren zorgen ervoor dat ze zeker niet valt. Terwijl ze daar hangt, zegt ze: “ Ik hang in de bananenboom en ik geef de banaan door aan Jan.” Hierna zet ze haar voeten weer op de grond. Jan is nu de banaan, dus trekt hij zijn voeten in en zegt “ Ik hang in de bananenboom en ik geef de banaan door aan ...” Enzovoort.
  • Bananen vervoeren naar de stad. De bananen moeten zo snel mogelijk in de stad geraken. Iedereen vertrekt vanuit het dorp (de ene kant van het lokaal) en moet naar de stad (de andere kant van het lokaal). Tafels, stoelen, zetels,... dienen als obstakels op weg naar de stad. Om de beurt vertrekt iemand met een voorwerp (= banaan) naar de stad. Pas als die persoon terug is, mag de volgende vertrekken.
    Om het moeilijker te maken, kun je de leden ook per 2 of per 3 vastbinden. Of iemand zit op de rug van iemand anders ( = de kar waarin de bananen vervoerd worden). Belangrijk is dat de bananen op tijd in de stad geraken! Spreek dus op voorhand een tijdslimiet af.
  • Bananen op een hoopje. Met zoveel mogelijk op een stoel. Per +/- zes deelnemers is er één stoel. Met z’n allen moeten ze op die ene stoel staan gedurende een bepaalde tijd, zonder de grond te raken. Dat alles moet binnen een bepaalde tijdslimiet lukken.
  • Bananen in de puree (samenwerken om iets op te lossen). Twee deelnemers verlaten het lokaal. De rest staat in een kring en geeft elkaar een hand. Iedereen kruipt onder armen door, stapt over armen, maakt een draaibeweging,... zonder dat de handen gelost worden. Na een tijdje zit het groepje behoorlijk in de knoop. Het is nu aan degenen die niet gekeken hebben om de warboel uit elkaar te halen zonder dat er handen gelost worden.
  • Bananentrossen maken. Alle leden zijn bananen en gaan in een cirkel staan. Iedereen draait 45° naar rechts (of links) zodat iedereen met hun gezicht in dezelfde richting staat. Dan zet je met heel de groep stapjes naar het midden zodat de cirkel kleiner en kleiner wordt. Let wel op dat het een cirkel blijft en geen ei wordt! Als iedereen dicht genoeg bij elkaar staat en je niet meer naar het midden kunt stappen, gaan alle banaantjes zitten zodat ze mooi in elkaars schoot passen, zoals een tros bananen. Nu kun je proberen te stappen!
  • Bananenparcours (de weg door de bananenvelden). Een groep moet van punt A naar punt B geraken zonder de grond te raken. Per 4 personen krijg je twee kranten en één stoel. Raakt iemand de grond, dan moet het groepje terug naar het begin.
  • Banaandansen (de boeren moeten ervoor zorgen dat ze tijdens het plukken niet op de kleine bananenplantjes trappen!): Er wordt met krijt een lijn getrokken van een tiental meter (of met een touw een rechte lijn gelegd). Aan beide uiteinden van de lijn staat een ploeg. Beide groepen proberen naar het andere uiteinde van de lijn te geraken door als koorddansers erover te wandelen. Beide ploegen starten op hetzelfde moment, zodat de spelers elkaar moeten kruisen zonder dat iemand van de ‘koord’ valt. Ze moeten elkaar dus helpen!
  • Banaan, mango, kiwi. Iedereen zit in een cirkel op een stoel. Eén speelclubber staat in het midden. Degenen die in de cirkel zitten, zijn afwisselend een banaan, een mango of een kiwi (dus speelclubber 1 = banaan, speelclubber 2 = mango, speelclubber 3 = kiwi, speelclubber 4 = banaan, enz.). Degene die in het midden staat, roept bijvoorbeeld "banaan". Alle speelclubbers die een banaan zijn, moeten nu van stoel verwisselen. Degene in het midden probeert ondertussen op een stoel te gaan zitten. Wie overblijft, moet nu in het midden. Je mag natuurlijk ook meerdere stukken fruit tegelijk roepen, bv. banaan en mango.
  • Wat weet je over bananen? Hou een quiz. Verdeel de groep in kleine groepjes of speel als één grote groep. Wanneer de groep de oplossing weet, moet iedereen eerst rond de tafel lopen, eronder kruipen en er vervolgens op gaan staan.
    - Een banaan groeit aan: a) een boom, b) een plant, c) een struik
    - Een banaan wordt geplukt als ze a) groen, b) geel of c) blauw ziet.
    - Een banaan groeit a) naar het licht, b) naar het donker, c) naar de grond